Den Braek Den Hoep SaSa Janneke, zoon van Reus en Reuzin Mieke, dochter van Reus en Reuzin Reus Reuzin Het Sint-Annabeeld De vlag
De stichtingsdatum van onze Vilvoordse Rederijkerskamer DE GOUBLOEM zal wel nooit met een afdoende zekerheid vast te leggen zijn bij  gebrek aan de nodige archiefstukken. Deze archiefstukken ontbreken door de kortzichtigheid van een gemeentesecretaris in de 19de eeuw,  die omstreeks 1840 besloot opruiming te houden. Een deel van het archief werd evenwel gered. Ter gelegenheid van het 50-jarig  lidmaatschap van Franciscus Massiotty op 28 juli 1872 werd er een stoet ingericht en bij de beschrijving hiervan in de boeken viel de  volgende passus op: "alle deeze schoone kleederen zoo wel als die van de voorige herinnerden de 15de eeuw, omdat de  maetschappij reeds bestond van 1540". Voortgaande op een bewering van Godenne deelt de auteur van "Histoire de Vilvorde" (de heer  Nauwelaers) mee dat Vilvoorde deelnam aan de wedstrijd te Mechelen in 1493. Uit beide voorgaande beweringen dient te worden afgeleid  dat: de Rederijkerskamer De Goubloem in 1524 al in het bezit was van een privilegie, waardoor de magistraat haar bestaan officieel erkend  had en dat het document van 1524 niets anders is dan de officiële bekrachtiging van een al lang bestaande toestand.  Den Braek was het juweel dat slechts gedragen mocht worden door de Prins. Nog in 1856 weigerde Petrus Spelkens de functie van  Hoofdman om verder de eer te genieten Den Braek te mogen dragen "welcke hij zoo lang gedragen had".  Het bestaan van het Sint-Annabeeld klimt waarschijnlijk op tot de oorsprongsjaren van De Goubloem zelf. Eigenlijk bezat de Kamer twee  beeldjes: ééntje versierde de vergaderzaal en werd er ieder jaar door een ceremonie vereerd, het tweede was bestemd voor de  Ommegangen. Het huidige beeldje is niet het oorspronkelijke, het is in hout vervaardigd in 1726 of begin 1727 door de beeldhouwer  Pletinckx. Het draagt de stempel van de kunstopvatting van de 17de eeuw : geaffecteerd in de uitbeelding van de houding, van de  gelaatstrekking en de kledij.  De reuzen (REUS en REUZIN en hun kinderen JANNEKE en MIEKE) van onze Kamer stammen uit de 17de eeuw. Hierover kan geen  enkele twijfel bestaan, gelet op het kasboek van de Rederijkerskamer dat onder het jaar 1679 volgende uitgave vermeldt: "Item gegeven  aan den mandenmaecker voor de reuzen te hermaecken de somme van 1 g.". Sedert april 1982 pronken onze reuzen in gloednieuwe  kledij. Ofschoon de kleuren in de loop der eeuwen weliswaar varieerden, drongen zich volgens bewuste bronnen twee combinaties op:  groen-wit (de kleuren van De Goubloem) en rood-blauw (de oorsprong is onbekend). Het toenmalige bestuur opteerde niet voor groen-wit.  Rood-blauw dan maar, met aan elk kostuum een geel lintje of iets dergelijks om in het geheel de Vilvoordse kleuren terug te vinden. Voor het  ontwerp van de kledij zorgde wijlen Robert Van Stevens, Archivaris van onze Kamer. U merkt dat onze reuzen al heel wat geschiedenis in  hun bagage hebben. De vier rietwerken werden enkele jaren geleden nog vernieuwd, zij zijn er volgens de dragers van de reuzen evenwel  niet lichter op geworden.   Onze wippers treden geregeld op in allerhande folkloristische en/of historische stoeten. Zij zijn volledig in het wit gekleed met een rode  baret op het hoofd, een rode sjaal in driehoek rond de hals geknoopt en een rode sjerp om het middel. Elke wipper houdt de hoek van een  laken stevig vast en door het gezamelijk trekken, gaat de Hoep Sa Sa, die in het laken ligt, steevast de hoogte in.  Volgens het blad "Ons Land" (22 september 1934) zou de Hoep Sa Sa in omloop zijn gebracht in 1676. De pop (toen "Creudde" genoemd)  was beslist in het bezit van de Kamer in 1727 en was telkens van de partij bij de optocht op Sint-Annadag.