De hele groep klaar voor het vertrek vanuit Vilvoorde
De Ommegang vandaag OMMEGANG OPPIDI BRUXELLENSIS dinsdag 3 juli en donderdag 5 juli 2012 telkens om 21 u 00 De Goubloem stapt als volgt mee op in de stoet:  Sinte-Goedele, haar dienstbode en de kleine duivel, Seigneurs en hun dames, Rederijkers, Breughels en Bourgeois. Verder wordt er Lambicbier  uitgedeeld op de tribunes, terwijl de mensen van de Boogschuttersgilde taarten, bloemen en groenten uitdelen aan het publiek.  De Legende  Het ontstaan van de Ommegang van Brussel, als plechtige jaarlijkse processie, is verbonden met de oprichting van de O.L.V.-kerk op de Zavel, waar  het beeldje van O.L.V. op 't Stokske zich bevindt.  Dit is in 1348 met Beatrijs Soetkens naar Brussel gekomen. In die tijd was Brussel een jonge welvarende stad die steeds uitbreidde. De stad was omringd door vier kilometer lange wallen, met 50  verdedigingstorens en 7 poorten. Volgens de legende hoorde Beatrijs Soetkens uit Brussel op zekere dag hemelse stemmen. Deze vertelden haar dat  de Maagd Maria de stad wenste te begunstigen en meer bepaald de Kruisboogschuttersgilde, die op de Zavel een kapel had opgericht ter ere van  O.L.V. Zij kreeg de opdracht zich naar Antwerpen te begeven om er het miraculeuse beeldje van O.L.V. op 't Stokske te ontvoeren en naar Brussel over te  brengen. Met haar man roeide ze in een minimum van tijd naar Antwerpen. Hier begaf Beatrijs zich rechtstreeks naar de O.L.V.-kerk en nam het beeld  mee. Beatrijs spoedde zich vervolgens met het beeld naar het bootje. Tegen wind en stroomopwaarts ging de terugtocht slechts moeizaam vooruit. Tot  bovenaardse krachten hen ter hulp kwamen : het bootje snelde opeens over het water naar Brussel en strandde vlak bij het oefenterrein van de  Schuttersgilde. De onverwachte verschijning van het bootje, omhuld in een vreemde schemering en vergezeld van zoete muziek, bracht heel wat deining teweeg in de  buurt. Ondervraagd over dit gebeuren deed Beatrijs haar verhaal. Men riep Wonder en Mirakel, te meer daar ook de Antwerpenaars zich neerlegden bij  deze buitengewone gebeurtenis. Nooit, gaven ze toe, zou een eerlijke en godsvrezende vrouw zoals Beatrijs, haar hand durven leggen op een alom  vereerd beeld, zonder er door een bovennatuurlijke kracht toe gedwongen te zijn. Zij vroegen dat het beeld tot openbare verering zou worden  tentoongesteld. Er werd besloten het O.L.V. op 't Stokske in de kapel aan de Zavel onder te brengen.  Bovendien werd beloofd op de plaats van deze kapel een grotere kapel op te richten en jaarlijks het O.L.V.-beeld, onder de bescherming van de  gewapende Gildebroeders, processiegewijs rond te dragen.  Aldus ontstond, volgens de legende, de Ommegang in Brussel.  Het duurde niet lang of de Ommegang werd de grote jaarlijkse gebeurtenis in de stad. De magistraat, de ambachten, gilden en Rederijkerskamers  namen er hun plaats in en zo ontstond die prachtige stoet die door de eeuwen heen, tot op heden, in ere werd gehouden.  De Ommegang vroeger  Ommegang is afgeleid van het werkwoord Omgaan, in de zin van rondgaan, in casu processies die stoetsgewijs rondom kerken of bedevaartsoorden  gingen. Talrijke steden van ons land, vooral in de Vlaamse provincies, hebben vanouds ommegangen gekend. Steeds verliepen deze optochten in een  geest van diepe godsvrucht en met de enthousiaste medewerking van vele organisaties zoals Ambachten, Schuttersgilden en Rederijkers. Deze stapten  fier en met de nodige pracht en praal mee op.  In 1928 werd de Vereniging Ommegang Oppidi Bruxellensis opgericht, die zich tot taak stelde jaarlijks de voornaamste groepen uit de eeuwenoude  Ommegang op de Grote Markt in Brussel te laten defileren.  Ieder jaar trekt op de eerste donderdag van juli en de dinsdag die hem voorafgaat de Ommegang over de fraaie Brusselse Grote Markt. Dan schrijden in  alle eer en waardigheid Keizer Karel V en zijn zoon Filips, kroonprins van Spanje en Hertog van Brabant, de zusters Keizer, Eleonora, Koningin van  Frankrijk, en Maria Van Oostenrijk, Koningin van Hongarije en landvoogdes van de Nederlanden, over de kinderkopjes, voorbij de trotse oude  gildenhuizen en het bevallige stadhuis, één van de mooiste gotische gebouwen van België. Bij de ramen hebben tal van eregasten plaatsgenomen op  de rijk versierde balkons. In de Ommegang lopen ook de prins van Oranje, de latere Willem de Zwijger, mee en talrijke hofdames en raadsheren, de dog  van Karel V en zijn andere honden, zijn jachtgezelschap en dames die hoog op de hand onrustige valken dragen. Als gastheer treedt de Brusselse  magistraat op. De hele adel, de vermogende burgers en het nieuwsgierige volk worden voor deze gelegenheid op de oude Grote Markt verwacht. Met  vlaggen en vanen, te voet of hoog te paard, bont en feestelijk is dit een weerspiegeling en een demonstratie van de Brusselse ten tijde van de  Renaissance. Overmoedig, vrolijk en zelfbewust. Zo was het in 1549. En zo is het tot op vandaag gebleven, zij het dat het nu de opvoering is geworden  van een kunstvol en schitterend schouwspel.   Ieder jaar trekt De Goubloem mee op in deze historische stoet. Zij maken deel uit van het tafereel van de Rederijkerskamers.  Schrijvers, dichters, beoefenaars van letterkunde en toneelspelers verenigden zich in Rederijkerskamers. De Rederijkers uitten onder vorm van  gedichten, liederen, sotternijen, kritiek op het beheer van de Prins of de Magistraat. De Rederijkerskamers speelden ook een zeer belangrijke rol in het  socio-politiek leven van de Stad.